Theodore Sturgeon – De man die de zee verloor

Goed nieuws uit Amerika voor de Sturgeon-fans: Sturgeon is Alive and Well berichtte ons uitgeverij Putnam: de ‘writing block’ waarmee de auteur jarenlang te kampen had, heeft hij overwonnen en een bundel verhalen, geschreven in ’69-’70, is in 1971 verschenen, met bovenaangehaalde juichkreet als titel. Dit heeft opnieuw de aandacht gevestigd op een van de meest creatieve talenten die de sf, fantasy & horror kent, een zeldzaam veelzijdig schrijver wiens oeuvre, voornamelijk tot stand gekomen in de jaren vijftig, toch pas betrekkelijk kort geleden voor de Nederlandse sf-reeksen is ontdekt. Sturgeon beheerst zowel de recht-voor-z’n-raap-stijl van de hardboiled story (bijv. Killdozer, opgenomen in Kleine SF Omnibus 1, Zwarte Beertjes 1306) als het elegante poëtische jargon van het sprookje-voor-volwassenen (bijv. De dromende juwelen, Zwarte Beertjes 1332).

In de acht meesterwerkjes, bijeengebracht in De man die de zee verloor, komen deze beide aspecten ruimschoots aan bod.

8 verhalen uit Caviar, A Way Home, E Pluribus Unicom, The Year’s Greatest SF and Fantasy 1956 en The Year’s Best SF 1961.

Bijzonder geschikt (Special Aptitude, 1951)
Trio in de storm (Hurricane Trio, 1955)
Een eind van de wereld (The World Well Lost, 1953)
Bianca’s Handen (Bianca’s Hands, 1960)
De man die de zee verloor (The Man Who Lost The Sea, 1959)
Het tussenschot (Bulkhead, 1955)
Sprankelend fragment (Bright Segment, 1960)
De Microcosmische God (Microcosmic God, 1941)

Uitgever: Bruna
Serie: Bruna-SF 06
Jaar: 1971
Samenstelling: Aart C. Prins
Vertaling: C.A.G. van den Broek

Type je zoekwoorden hierboven en druk op Enter om te zoeken. Druk ESC om te annuleren.

Terug naar boven